Het
taalgebruik op de topografische kaarten is in overeenstemming met
de internationale normen en met de Belgische taalwetgeving
die op het NGI als federale overheidsdienst toepasselijk is.
Om
aan de internationale normen te voldoen, gebruikt het NGI voor het
randschrift (behalve de titel) van de topografische kaarten
niet alleen de drie landstalen (Nederlands, Frans, Duits), maar
ook het Engels.
Teneinde
de Belgische taalwetgeving na te leven en de adviezen van de vaste
Commissie voor Taaltoezicht op te volgen, verwijst het NGI naar
het taalstatuut
van het gekarteerde
gebied om te bepalen:
- welke landstaal
(of: landstalen) in de titel en in het kaartveld
moet (of: moeten) worden gebruikt
- in welke
volgorde de talen (Nederlands - Frans - Duits) in
het randschrift moeten worden gebruikt
In het kader
worden plaatsnamen vermeld die de eindbestemming van de verkeerswegen
en de aangrenzende gemeenten aanduiden. Het taalgebruik in
het kaderschrift wordt bepaald door het taalstatuut van het
gebied waartoe die toponiemen behoren.
|