home
home > organisatie > het NGI als overheidsinstelling
 
Historiek van het Nationaal Geografisch Instituut


 Enkele belangrijke datums
 Enkele belangrijke datums

Het Nationaal Geografisch Instituut (NGI), opgericht bij wet van 8 juni 1976, is de erfgenaam van een lange wetenschappelijke en industriële traditie die teruggaat tot de onafhankelijkheid van België. Bij decreet van het Voorlopig Bewind wordt op 26 januari 1831 immers binnen het Commissariaat-generaal van Oorlog een divisie opgericht die de naam DÉPÔT de la GUERRE et de la TOPOGRAPHIE (Krijgs- en Topografisch Depot, KTD) krijgt. Ze krijgt als opdracht " … de vervaardiging en terbeschikkingstelling van kaarten voor krijgsverrichtingen… " In werkelijkheid was dit depot niet meer dan een klein kantoortje waar voornamelijk bestaande kaarten werden verzameld.

Op 30 september 1843 concretiseert een koninklijk besluit de opdracht van het Depot. Het wordt belast met de vervaardiging van de OFFICIËLE TOPOGRAFISCHE KAART van het Koninkrijk. Deze datum ligt aan de oorsprong van de wetenschappelijke bestemming van ons NGI. Het moest immers een betrouwbaar geodetisch net uit de grond stampen waarop de toekomstige kaart zou kunnen steunen.

Daarom werd op 9 februari 1846 een commissie opgericht waarin onder andere de astronoom A. QUETELET zetelde, de directeur van de Koninklijke Sterrenwacht. De opdracht van het KTD omvatte immers astronomische metingen die niet alleen positiebepaling, driehoeksmeting en waterpassing mogelijk maakten, maar ook aanverwante activiteiten. Op die manier groeide het KTD uit tot een wetenschappelijke instelling waarvan het activiteitendomein zich uitstrekte tot internationale studies over de vorm en de afmetingen van de aarde.

Onder druk van wetenschappelijke kringen, ministeriële departementen en andere openbare diensten die het KTD de vervaardiging van hun specifieke kaarten toevertrouwden, besliste de regering het meer armslag te geven.

Daarom werd op 30 juni 1878 bij koninklijk besluit het INSTITUT CARTOGRAPHIQUE MILITAIRE (Militair Cartografisch Instituut, MCI) opgericht, een "bijzondere" instelling die rechtstreeks onder de bevoegdheid van de minister van Oorlog viel. Ondanks zijn hoofdzakelijk militaire bestemming, was het MCI belast met een opdracht van nationaal en internationaal belang ; zijn herhaaldelijke deelnames aan nationale en wereldtentoonstellingen illustreren dit.

Na de Tweede Wereldoorlog moest men praktisch van voren af aan beginnen : de meeste geodetische merktekens waren immers vernietigd, verdwenen of twijfelachtig geworden. Meer nog, aangezien de equivalente voorstelling (projectie) van BONNE - die tot dan gebruikt werd voor de vervaardiging van de officiële kaarten (en dus ook voor de zogenaamde "Stafkaart") - niet erg geschikt was gebleken voor operationele doeleinden, werd prompt beslist ze door een conforme voorstelling te vervangen. De keuze viel op de kegelprojectie van LAMBERT met twee snijdende parallellen. Dit hield een volledig nieuwe methode in voor de realisatie van de grondtekening van de kaart ; men wendde nu immers de fotogrammetrische technieken aan die tijdens de oorlogsjaren zo'n geweldige opgang hadden gemaakt.

Een nieuwe omvorming van het Instituut liet niet lang op zich wachten. Op 5 maart 1947 wordt bij besluit van de Regent het MILITAIR GEOGRAFISCH INSTITUUT (MGI) gesticht, een instelling met dubbele opdracht : militair-industrieel (productie) en wetenschappelijk (permanent onderzoek). Tegelijk voorzag dit besluit ook een organiek civiel kader van ingenieurs die door middel van vergelijkende examens werden aangeworven. Zij moesten zorgen voor continuïteit in de werking van het MGI en aan wetenschappelijk onderzoek doen. Op die manier kon de leiding een werktuig smeden waarvan de faam al snel tot ver over onze grenzen zou reiken. Zo werd het MGI aangezocht om, samen met andere wetenschappelijke instellingen, verkenningen en opmetingen te doen, zowel in België (Dourbes, Humain, Redu …) als in het buitenland (Gove in Australië, Vianden in het groothertogdom Luxemburg, Etna in Sicilië …), zonder zijn deelname aan verschillende zuidpoolexpedities te vergeten.

De wetenschappelijk knowhow van het MGI verspreidt zich snel en wordt ook officieel bevestigd door de wet van 28 september 1967 die het instituut erkent als "Wetenschappelijke instelling van niveau 1 van de Staat". Omdat de waaier van activiteiten van het MGI steeds breder werd en stilaan de welomschreven behoeften van Landsverdediging oversteeg, werd de instelling eens te meer omgevormd.

Begin jaren '70 is voor de overheid het moment aangebroken om het Militair Geografisch Instituut te demilitariseren en er een instelling van te maken die ten dienste staat van de Natie.


De wet van 8 juni 1976 richt het NATIONAAL GEOGRAFISCH INSTITUUT (NGI) op, parastatale van het type B onder de voogdij van de minister van Landsverdediging. Zijn opdracht bestaat eruit om, eventueel in verbinding met andere nationale, buitenlandse of internationale organen:

- de werken uit te voeren die vereist zijn om op het nationale grondgebied de inplanting en het onderhoud van een geodetisch net en van een precisie-waterpassingsnet, de luchtfotografische overdekking alsook de vervaardiging en bijwerking van de basiskaarten te verzekeren.

- die basiskaarten en de afgeleide kaarten te publiceren.

- werken, studies en proefnemingen te ondernemen die binnen zijn activiteitendomein van algemeen belang zijn.


In 1983 werd de Organieke Wet van het Nationaal Geografisch Instituut volledig herzien. Men moest immers rekening houden met de nieuwe technologieën die zich intussen in een versneld tempo hadden ontwikkeld en men wou om praktische redenen ook de opdrachten van het Instituut uitbreiden.

Op 22 december 1983 kent het koninklijk besluit nr. 234 het NGI nieuwe opdrachten toe:

- "een nationaal documentatiecentrum voor de overdekking van het Rijk door luchtfoto's en satellietbeelden inrichten en beheren".

- de theoretische en praktische opleiding verzekeren van het personeel van ministeriële departementen, instellingen van openbaar nut, privé-bedrijven en derde landen in de domeinen die tot de opdracht van het NGI behoren en meewerken aan de opleiding van technici die zijn opgeroepen om opdrachten in derde landen te vervullen.

- in een nationale gegevensbank de informatie verzamelen en verspreiden om zo de activiteiten te coördineren die openbare en privé-diensten ondernemen in verband met het topografisch en cartografisch beheer van de grond en de ondergrond.

Het NGI - erfgenaam van de wetenschappelijke knowhow van zijn voorgangers - stelt zich dus niet zomaar tevreden met het volgen van de technische ontwikkelingen eigen aan zijn opdrachten. Meer dan ooit ten dienste van de Natie, voert het NGI het devies Fidelissime ad optimum hoog in het vaandel.


Door J. DEWINTER, Hoofd v/d dienst
 


home | producten | know-how | organisatie | online-resources | info-verkoop | copyright

opmerkingen over de website? contacteer ons
2013 © Nationaal Geografisch Instituut
Verkoopsvoorwaarden

naar boven