Onze administrateur-generaal, Ingrid Vanden Berghe, heeft samen met Johannes Van Geertsom, geograaf op het NGI, deelgenomen aan het tweede Congres van de Verenigde Naties voor het beheer van de geospatiale informatie op wereldniveau (UN-WGIC) van 10 tot 14 oktober in Hyderabad, India.

Als medevoorzitter van het Expertencomité van de lidstaten van de VN, belast met het wereldwijd beheer van de geospatiale gegevens (UN-GGIM) volgt het NGI van nabij de dialogen over de toename van de capaciteit voor het beheer van de geospatiale informatie op wereldniveau.

Meer dan 1300 deelnemers uit de hele wereld, als vertegenwoordigers van regeringen, NGO’s, de privésector en het middenveld, kwamen van 10 tot 14 oktober samen om deel te nemen. In de aanloop naar de tweede editie van het UN-WGIC-congres vond een aantal evenementen plaats die ruimte boden voor de expressie van jongeren, waaronder de geo-enabling van de global village door de viering van multidimensionale benaderingen van diversiteit en inclusie.

Ingrid Vanden Berghe, de administrateur-generaal van het NGI, sprak tijdens de officiële openingszitting namens alle landen die actief zijn in het Expertencomité UN-GGIM. Ze herinnerde aan de draagwijdte van het werk dat binnen het Comité verricht wordt voor een goed beheer van de geospatiale informatie op wereldniveau, ten dienste van de agenda 2030. De oprichting van een wereldwijde geografische community is immers noodzakelijk geworden om een antwoord te kunne bieden aan de talrijke en complexe uitdagingen.

De premier van India, Shri Narendra Mohdi, onderstreepte in zijn toespraak het belang van geografische informatie voor een land, in het bijzonder voor india. Deze toespraak kan je hier bekijken.

Een duidelijke visie op de toekomst van de geospatiale informatie tegenover talrijke en complexe uitdagingen

Mevrouw Vanden Berghe heeft actief deelgenomen aan de dialogen tijdens het UN-WGIC congres, en meer bepaald tijdens de zitting over  het toekomstige ecosysteem van geospatiale informatie.

We zeggen vaak « alles gebeurt ergens » om het belang van geospatiale informatie in de verf te zetten. Het begrip ecosysteem verklaart momenteel dan wel duidelijker de dynamiek, de interactie van de verschillende rollen die de regering, de onderzoeksinstellingen, de privésector en de burger spelen in het domein van de geospatiale informatie en technologieën, maar toch ben ik het niet eens met het concept van “geospatiaal ecosysteem” als ging het om een afzonderlijke entiteit. Ik zie de geospatiale informatie eerder als de bodem in om het even welk ecosysteem. Als u de realiteit van de bodem negeert, dan zal uw structuur boven de bodem geen stand houden. 

Het belang van geospatiale gegevens is groot, vooral voor de ontwikkelingslanden, waarvan de capaciteit moet worden versterkt zodat geen enkel land achterblijft. Dit is de doelstelling van het expertencomité van UN-GGIM door de uitvoering van het geïntegreerd kader voor goed beheer van geospatiale informatie op nationaal niveau (UN-IGIF). Een speciale sessie tijdens het congres belichtte praktische voorbeelden uit Georgië en Oekraïne.

We zouden ons niet op onszelf moeten concentreren, maar ons beschouwen als een deel van het wereldwijde ecosysteem. Het is belangrijk dat we nog meer de hand reiken naar de sector van de « consumenteninformatica », naar de kampioenen van de Big Data, naar de pioniers van de AI en de Machine Learning (ML). Het is belangrijk dat we de deur van ons geospatiaal hokje openzetten en de kracht van het “waar” tonen.

Het congres omvatte ook een speciale sessie die zich richtte op de noodzaak om ook in het domein van de geografische informatie diversiteit en inclusie te garanderen. Op gebied van diversiteit en inclusie in de geografische data waren er een aantal inspirerende voorbeelden, onder meer tactiele kaarten voor blinden ontwikkeld door onze Nederlandse collega’s en het inventariseren van inheemse plaatsnamen in verschillende landen. Het verzekeren van meer inclusie en diversiteit in de geo-arbeidsmarkt kwam ook aan bod. Daar benadrukte Ingrid Vanden Berghe dat het absoluut noodzakelijk is om meer meisjes/vrouwen aan te spreken om in onze sector te studeren en aan de slag te gaan.

Leidinggevenden (vrouwen en mannen) moeten daarin het voortouw nemen, zelfs als dat betekent dat ze zelf een stap opzij moeten zetten om meer diversiteit te kunnen bereiken.

Als we meer diversiteit willen bereiken moet er verandering komen. Wij, leidinggevenden,  moeten de verandering zien, de knelpunten identificeren en benoemen, onze vooroordelen in de ogen zien. We moeten de leiding nemen in de verandering, door jonge mensen aan te moedigen, door een mentor te zijn, door het voor hen op te nemen en door het voorbeeld te geven. En we moeten de verandering ook zelf waarmaken. Maak plaats, voor een jonge vrouw, iemand met een handicap, … en voor de jonge vrouwen: onderschat jezelf niet, wees ambitieus en ga ervoor.

« See the change, lead the change, be the change »