Op woensdag 6 juli huldigde minister van Defensie Ludivine Dedonder officieel de nieuwe gebouwen van het Nationaal Geografisch Instituut in. De gebouwen maken deel uit van de campus Renaissance, in hartje Brussel. De minister kreeg daarbij gezelschap van Philippe Busquin, voorzitter van het Comité van Beheer van het NGI, Ingrid Vanden Berghe, administrateur-generaal van het NGI, en vertegenwoordigers van de partners van het Instituut.

Het knippen van het lintje om 15u. was eigenlijk slechts een symbolische acte: het NGI-personeel gebruikt beide gebouwen immers al sinds maart 2020 en kreeg in oktober vorig jaar ook al de minister over de vloer. Door de pandemie moest de officiële inhuldiging echter tot vandaag wachten.

Als parastatale onder voogdij van Defensie is het NGI uiteraard een bevoorrechte partner van Defensie. De verhuis uit de abdij Ter Kameren naar de Campus Renaissance, waar ook de KMS en het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie (KHID) gevestigd zijn weerspiegelt de verstrengeling tussen de opdracht van het NGI en de noden van Defensie.

“Met zijn nieuwe kantoren op de Campus Renaissance beschikt het NGI nu over een kader en een infrastructuur die beter aangepast zijn voor zijn ontwikkeling en zijn operaties. Deze toenadering, die zowel strategisch als symbolisch is, creëert een gunstig klimaat voor een versterkte structurele samenwerking via het akkoord dat we tegen het einde van dit jaar zullen sluiten,” lichtte minister Dedonder toe.

Een totaaltransformatie 

Het Instituut is de belangrijkste beheerder van geografische gegevens ook het best geplaatst om de samenwerking met en tussen de gefedereerde entiteiten te bevorderen, vooral om de integratie van Belgische ruimtelijke data te integreren en het beheer daarvan te verbeteren.

Mevrouw Ingrid Vanden Berghe, Administrateur-Generaal van het NGI  wijst er tijdens deze opening op dat het NGI de kans van deze verhuizing heeft aangegrepen om een diepgaande transformatie op gang te brengen.

“Het NGI  is een dynamische, groeiende en toekomstgerichte instelling. Het is dan ook met enthousiasme dat wij collectief de kans van deze verhuizing hebben aangegrepen om een diepgaande transformatie op gang te brengen.”
Ingrid Vanden Berghe, Administrateur-Generaal van het NGI

Zo werd er een verregaande digitalisering van werkprocessen doorgevoerd, werd 1 miljoen euro vrijgemaakt uit de werkingskosten om te investeren in een reeks projecten en om de positie van het NGI als geobroker te versterken en werd onze ecologische voetafdruk aanzienlijk verkleind. De echte rode draad in deze transformatie is ten slotte het nieuwe strategische plan van het NGI.

De samenwerking met Defensie

“Het NGI versterkt de capaciteiten van Defensie dankzij snelle toegang tot betrouwbare geografische gegevens. Ruimtelijke date zijn essentieel voor de planning en uitvoering van militaire operaties. Maar ook overheden kunnen beter beslissingen nemen wanneer ze op betrouwbare kunnen steunen, ruimtelijke data in het bijzonder,” verduidelijkte de minister.

Daarmee onderstreept ze ook het belang van deze data voor de nationale veiligheid, meer bepaald voor het verbeteren van het beheer van crises of rampen en het beperken van de impact daarvan op de burgers, infrastructuur of het milieu.

Een van vele uitdagingen is te bekijken hoe dergelijke gegevens gebruikt zullen kunnen worden om de impact van de politiek met betrekking tot duurzame ontwikkeling te meten.

“De geactualiseerde referentie-geodata zijn een uiterst belangrijke parameter voor de veiligheid en de vrede buiten onze grenzen, maar ook om de agenda 2030 voor de duurzame ontwikkeling voort te zetten. […] Ik wil in dit verband mijn waardering uitdrukken voor de inspanningen die het NGI levert in het Expertencomité van de lidstaten van de VN dat zich bezighoudt met het beheer van de geodata (UN-GGIM) sinds zijn oprichting in 2011, en als covoorzitter sinds 2020. De relevantie en de efficiëntie van dit comité, die al erkend werden in het kader van een resolutie van ECOSOC in 2016, hoeft niet langer bewezen te worden,” besloot de minister.